Vorstelijke bescherming
Wie tussen eind maart en begin mei ‘s morgens door de Betuwe rijdt, kan verrast worden door boomgaarden die omgetoverd lijken in ijspaleizen. Heel de boomgaard, bomen, knoppen, bloesem, alles is voorzien van een laagje ijs, glanzend in de rode of gouden ochtend zon. Het lijkt of zich voor uw ogen een sprookje voltrekt. Maar de teler zit er niet op te wachten. Voor hem of haar is het een spannende tijd en een verademing als het weer omslaat.
Het is dus maar net met welke ogen je ernaar kijkt. Want als je het bekijkt door de ogen van de fruitteler is het verre van een sprookje. Dat ijs is op zijn bomen gekomen omdat hij ze ‘s nachts heeft beregend om de bloesem te beschermen tegen nachtvorst. Tot een graad of 6, 7 onder nul zou dat afdoende bescherming moeten kunnen bieden.
Het principe is eenvoudig. Komt de temperatuur onder 0 C, dan zet de teler de sproei-installatie aan. Het water komt op de bloesem, bevriest en vormt een laagje smeltend ijs dat op 0 C blijft. Zo wordt voorkomen dat de bloesem zelf bevriest.
De methode is nog pas betrekkelijk kort in zwang. Een jaar of dertig, veertig. Tot dan werden vuurpotten en toortsen aangestoken in de boomgaard, autobanden verstookt, alles met het doel een wolkendek te leggen dat de bloesem zou beschermen. Bij de milieuverontreiniging die dat veroorzaakte, stond men toen nog niet zo stil. Tegenwoordig zijn in kersenboomgaarden milieuvriendelijke fakkels in gebruik.
De vorstelijke bescherming van de bloesem klinkt simpel en ziet er mooi uit. Maar het blijft een noodmaatregel. Onnatuurlijk en met het risico dat de bloesem bezwijkt onder het ijs. Voor de teler kan het ook betekenen dat hij midden in de nacht gewekt wordt door vorstalarm. Thermometers in zijn boomgaard staan in verbinding met een alarm in zijn slaapkamer. Komt de temperatuur onder nul, dan gaat het alarm af en moet de teler zijn bed uit om de beregening te gaan aanzetten. Daaraan hangt een prijskaartje. Bovendien heeft hij soms boomgaarden op verschillende plekken.
Beregenen betekent dat voldoende water moet worden opgepompt om per uur per vierkante meter 3 millimeter water te kunnen sproeien. Een teler heeft meestal zoveel grond, dat hij een aantal pompen moet laten draaien en dat soms zo’n acht uur lang. Kunt u zich voorstellen wat voor brandstofrekening gepaard gaat met dat prachtige ijspaleis?
Dat ijspaleis gaat in de loop van de dag meestal ook weer verdwijnen. Duizenden liters water zullen van de bomen op de grond gaan sijpelen. Reken maar even mee. Acht uur lang 3 millimeter water, komt neer op zo’n 2,5 cm water per vierkante meter. En dat over een oppervlak van enkele hectaren. Daar wordt de grond niet beter van. Bovendien, waar water zit, kan geen zuurstof zitten en dat is weer slecht voor de haarvaten van de wortels. En vocht geeft kans op schimmels.
En het gaat niet om één boomgaard. Honderden hectaren boomgaard moeten beregend worden. Dat betekent: goed samenspel tussen telers en het waterschap. Het waterschap moet zorgen dat het water voldoende hoog staat, om uit één sloot, vier, vijf, zes telers de mogelijkheid te geven om hun boomgaarden te beregenen. Een wens van telers die haaks staat op die van de akkerbouwers en veetelers. Die willen juist een lage waterstand om hun landerijen te gaan bewerken. Vindt maar eens een gulden middenweg.
Vorstelijk beschermd. Het klinkt mooi en ziet er mooi uit, maar ook dit voordeel heeft zijn nadeel.

