Groeikracht

 

Groeikracht

Het beste voor de teler is een warme, droge zomer. Net wat ook de toerist wil. Een enkel buitje zal voor de toerist de pret niet drukken. De teler bespaart dat het kostbare en tijdrovende beregenen. De toerist kan de teler bezig zien en horen met een trekker met een sproeiwagen daarachter. Dat beeld en dat geluid passen helemaal bij een zomer in de Betuwe. Dat de teler bezig is met ‘gif’, is hoogstwaarschijnlijk een vergissing. In deze tijd van het jaar gaat het om de gezondheid van de plant. In enkele maanden tijd moeten honderdduizenden kilo’s fruit aan de bomen komen. Ook bomen kunnen dan wat ‘extra vitamine’ gebruiken. Die krijgen ze in de vorm van gewasbeschermingsmiddelen, bemesting en bijvoeding: stikstof, kalium en fosfaat, aangevuld met sporen van magnesium, zink, mangaan en borium. De hoeveelheden keurig berekend aan de hand van grond- en bladmonsters.

Als het even wil, heeft de bloesemtijd een goede zetting opgeleverd. Nu komt het aan op de groei.

De groei kan snel gaan. Normaal gesproken verlopen tussen de bloei en het moment van pluk bij pruimen ongeveer 100 dagen; bij appels 120. Aan elke boom zo’n 20 kilo appels. Dankzij een vruchtbare bodem, per appel zo’n dertig tot veertig blaadjes, en de helpende hand van de teler.

Soms letterlijk. Als de zetting té goed is geweest vechten drie, vier appels om een plekje om te groeien en om voeding uit de boom. Dat geeft scheve en beschadigde appels in plaats van wat de consument wil: mooi, groot en goed gekleurd. De enige remedie: dunnen.

De teler krijgt daarbij hulp van de natuur. Ook de boom zelf lijkt aan te voelen, dat zich meer vruchten gezet hebben, dan zij kan groot brengen. Dat resulteert zo ongeveer in juni in een natuurlijke rui. Een deel van het teveel-van-het-goede is daarmee weg. Is er dan nog onvoldoende ruimte voor het fruit om te groeien, dan zorgt de teler met bemesting voor een kunstmatige groeischok. Dat heeft een tweede rui tot gevolg. Wat er dan nog teveel aan de boom zit, wordt handmatig verwijderd, tot uiteindelijk tussen elke appel of peer een handbreedte ruimte zit.

Bomen krijgen ook bijvoeding. Die bijvoeding is nodig voor de kwaliteit van het fruit. Mangaan en fosfaat bevorderen de hardheid. Dat is goed voor fruit dat bewaard moet worden. Calcium vertraagt kurkvorming en veroudering. Dat kan de pluk uitstellen tot een financieel gunstiger moment.

Want al dat fruit staat daar niet te groeien omdat het zo’n mooi gezicht is. Het gaat uiteindelijk om wat het oplevert. Voor de teler gaat het om vragen als hoe de kwaliteit van het fruit zal zijn, wanneer het geplukt kan worden, hoe lang het te bewaren zal zijn. Daarvoor schakelt de teler gespecialiseerde onderzoeksbureaus in. Zo’n bureau kan zelfs als de vruchten nog aan het groeien zijn, aan de hand van de blaadjes van de bomen de teler al vertellen wat hij kan verwachten.

Smaak, houdbaarheid, kleur, veel is tegenwoordig vooruit te berekenen.

Met evenveel spanning volgt de teler de weersverwachtingen. Wat de teler ook doet om een zo goed mogelijke opbrengst te krijgen, nu eens zullen de weersomstandigheden meezitten, dan weer tegen. Bij een natte, koude zomer blijft de grond koud, doen de haarworteltjes het niet en dat is slecht voor de groei. Een zomerse hagelbui is dé schrik van de fruitteler. Ze kan enorme schade aanrichten. Soms is het nog mogelijk de vruchten met de ernstigste beschadigingen eruit te dunnen, maar een hagelbui kan ook vallen op de dag voor de pluk. Bij harde wind kan een deel van de oogst uit de boom waaien. Een fruitteler moet met dat soort risico’s kunnen leven. Mentaal en financieel. En, ach, het went. Een aantal telers gaat voor zeker en verkoopt het fruit nog voor het geoogst is. Bij deze ‘verkoop op stam’ is de teler van de risico’s af. Eventuele meevallers zijn voor de koper. Niet zwaar aan tillen, volgend jaar kan dat andersom zijn.

Goed weer voor de toerist is ook goed weer voor de fruitteler. Koude nachten met overdag veel zon. Daar krijgen appels een kleur van. Dat maakt appels zoet. En zo wil de consument ze hebben. Warmte geeft leven in de grond. Dat is nodig voor een goede oogst. En die is dan weer goed voor de groeikracht van het bedrijf van de teler. Wat het weer betreft, gaan de belangen van toerist en fruitteler hand in hand.

Reageren is niet mogelijk.

Webdesign Spijker & Co